Artikelen met de Tag "overtuigend"

Volgorde van argumenten: welke is het meest overtuigend?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Voor een overtuigende tekst heb je argumenten nodig. Als je alle gegevens analyseert, krijg je zowel sterke en zwakkere argumenten om je standpunt te onderbouwen. Is er iets te zeggen over de volgorde waarin je argumenten opneemt in je tekst? Welke volgorde is het meest overtuigend?

Als je een overtuigende tekst schrijft, sta je voor de keuze welke argumenten je opneemt in je tekst en in welke volgorde. Bekijk de volgende opties en bedenk wat jij zou doen:

 

A. Ik beschrijf eerst zwakke argumenten, dan de sterke argumenten en sluit af met zwakke argumenten.
B. Ik beschrijf eerst zwakke argumenten en eindig met sterke argumenten.
C. Ik beschrijf eerst de sterke argumenten en daarna de zwakkere argumenten.
D. Ik beschrijf alleen de sterke argumenten. De zwakke laat ik weg.

 

Er zijn verschillende experimenten gedaan om te onderzoeken of de volgorde van argumenten invloed heeft op de overtuigingskracht. Een metastudie van Burgoon uit 1989 onderscheidt drie volgordes:

anticlimaxvolgorde - sterk-zwak-argumentDe eerste volgorde is de anticlimaxvolgorde. In deze volgorde begint de schrijver met sterke argumenten, om daarna de zwakke te beschrijven (optie C). Deze volgorde zou je kunnen verklaren uit wat men in de sociale psychologie het primacy-effect noemt: informatie die je het eerste hoort, blijft het beste hangen.

 

piramidevolgorde: zwak-sterk-zwak-argumentDe tweede volgorde die Burgoon onderscheidt, is de piramidevolgorde. Daar begin je met zwakke argumenten, de sterke zet je in het midden, om vervolgens af te sluiten met zwakke argumenten. Deze volgorde komt overeen met optie A.

 

climaxvolgorde: zwak-sterk-argumentDe derde volgorde is de climaxvolgorde, waarbij je begint met zwakke argumenten en eindig je met de sterkste argumenten (optie B). Je bouwt je argumenten dus op. De idee achter deze volgorde is waarschijnlijk het recency-effect: wat je als laatste hoort of leest, onthoud je het beste.

 

De conclusie van Burgoon is dat de piramidevolgorde minder overtuigend is dan de climaxvolgorde en de anticlimaxvolgorde. Maar het maakt verder voor de overtuigingskracht weinig uit of je nu gebruik maakt van de climax- of de anticlimaxvolgorde. Ze zijn beide even effectief.

Daarbij plaatst Burgoon wel de opmerking dat er een risico schuilt in het achteraan plaatsen van de sterke argumenten. Minder gemotiveerde lezers lezen slordiger. Dan gaat het primacy-effect op: in het begin van de tekst hebben deze lezers nog wel aandacht, maar deze verslapt tijdens het lezen. Dan is de kans aanwezig dat je lezer minder aandacht schenkt aan de sterke argumenten, gewoonweg omdat ze pas later in de tekst ter sprake komen.

Misschien heb jij gekozen voor optie 4: je wilt alleen de sterke argumenten opnemen. Dat lijkt voor de hand te liggen. Jij hebt namelijk in je analyse gewikt en gewogen. Je bent heel gefocust en cognitief geëngageerd aan de slag gegaan met de informatie.

Maar de meeste lezers zijn niet zo gefocust. Zodra een tekst minder relevant voor een lezer is, neemt ook de mate van aandacht voor een tekst af. Het resultaat is dan een oppervlakkige lezer. En van oppervlakkige lezers is het bekend dat ze evenveel overtuigd worden door sterke als door zwakke(re) argumenten. Ik schreef daar al eens over in het artikel over bijvoeglijke naamwoorden in overtuigende teksten. Je kunt dus best een wat zwakker argument opnemen in je tekst.

argumentatie sterk-zwak-sterkAls je deze resultaten naast elkaar zet, kun je tot de conclusie komen dat je het beste kunt kiezen voor een mix. Dat betekent dat je begint met sterke argumenten; de zwakke argumenten in het midden plaatst en eindigt met sterke argumenten. Maar dat is dan weer niet wetenschappelijk bewezen (voor zover ik heb kunnen vinden).
Hoe beargumenteer jij het liefste? Waarom? Ik lees graag over jouw ervaringen. Laat je het me weten?

 

Welke woorden kun je het beste gebruiken om te overtuigen?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

bijvoeglijke naamwoorden2 Al een tijdje ben ik op zoek naar welke woorden je juist wel of niet zou moeten gebruiken als je een wervende tekst schrijft. Ik ben zelfs begonnen met het aanleggen van een lijst van woorden die je beter wel of niet kunt gebruiken, maar ik kwam niet echt verder.

Veel mensen gebruiken bijvoeglijke naamwoorden die een positieve lading hebben om hun product of dienst aan te prijzen. Voorbeelden van positieve bijvoeglijke naamwoorden zijn bijvoorbeeld: leuke, mooie, onweerstaanbare, boeiende, sublieme. Je snapt het wel.

Onlangs las ik een wervende tekst waarin een nieuwe dienst, een workshop, werd aangeprezen. “Mis deze onvergetelijke dag niet”. Ik erger me daaraan. De gedachte die bij me opkomt is: ‘hoe kan een dag die nog moet komen, nu al onvergetelijk zijn?’ Maar ben me er ook van bewust dat ik een extreem kritische lezer ben. Bovendien vroeg ik me af of dit nou een typisch Nederlandse reactie van mij is…

Daarom heb ik er eens wat vakliteratuur bijgezocht. Ik vroeg me af of er wel eens onderzoek was gedaan naar die positief getinte adjectieven. En ja hoor, ik stuitte op een onderzoek van Hans Hoeken uit 1996. Hij liet proefpersonen twee soorten reisbeschrijvingen lezen.
bijvoeglijke naamwoorden
In de eerste versie stonden allemaal bijvoeglijke naamwoorden die een positieve evaluatie gaven:
“We lopen langs mooie bergmeren, prachtige sneeuwvelden en magnifieke rotsmassieven”.

De tweede versie was veel informatiever van aard:
“We lopen langs blauwe bergmeren, besneeuwde velden en zwarte rotsmassieven”.

Nu moet je weten dat niet elke lezer op eenzelfde manier leest. Er zijn kritische lezers die argumenten kritisch afwegen. En je hebt mensen die minder kritisch lezen. Hoeken liet in zijn onderzoek beide groepen lezers de twee verschillende teksten lezen.

De uitkomst was dat kritische lezers meer overtuigd werden door de informatieve tekst. Ze reageerden zelfs negatief op de tekst met de positief getinte bijvoeglijke naamwoorden. Dat verbaasde mij natuurlijk niets, want zoals ik al schreef: ik ben zo’n kritische lezer.

Maar wat veel interessanter is, was dat de groep lezers die minder kritisch leest, geen onderscheid maakte tussen de beide teksten. Ze werden door beide teksten evenveel overtuigd, of er nu positieve of informatieve bijvoeglijke naamwoorden stonden!

Wat betekent dit voor jouw wervende tekst? Je kunt in een tekst waarmee je alle lezers wilt overtuigen beter informatieve bijvoeglijke naamwoorden gebruiken dan positief getinte. Op die manier bereik je namelijk al je lezers, ook de kritische.

Je kunt die positieve bijvoeglijke naamwoorden overigens wel uit de mond van een ander laten komen. In mijn artikel over testimonials schreef ik al hoe je dat kunt doen. Dat is geloofwaardiger dan als jij zelf zegt dat je een geweldige dienst aanbiedt!

(c) Suzanne Meijles, ProTaal

Je reactie op dit artikel is zeer welkom! Je kunt je reactie hieronder achterlaten.