afwijzing-offerte

5 redenen waarom offertes geen opdracht worden

Worden niet al je offertes een opdracht? Dan is er waarschijnlijk een van deze dingen met je offerte aan de hand:

 

1. Je hebt de verkeerde dingen gevraagd in het acquisitiegesprek

Of (nog erger) je hebt geen gesprek gevoerd. Je kunt alleen goede offertes schrijven als je de juiste informatie hebt verzameld. ‘Garbage in = garbage out’ zei mijn mentor tijdens mijn stage. Je kunt een leuk gesprek hebben en kennis maken, maar als je niet boven water krijgt wat je toekomstige klant belangrijk vindt, sta je 1-0 achter op je concurrent die wel weet waarop de klant ja zegt.

 

2. Je offerte vertelt te veel

Als je tot in detail vertelt wat jouw oplossing is, is het voor je klant ook gemakkelijk dat voor te leggen aan de concurrent. En daarna te vragen of die dat voor een lagere prijs kan doen. (Dat kan altijd.) Het gaat erom dat je in je offerte een balans vindt tussen een beschrijving van de werkzaamheden en de resultaten die de klant gaat ervaren. In de training leer je hoe je meer overtuigt, terwijl je minder informatie deelt waar je concurrenten slimmer van worden.

 

3. Je offerte heeft de verkeerde toon

Je toekomstige klant wil zich herkennen in jouw voorstel. Maar je offerte is ook een manier om erachter te komen of jij (of jouw organisatie) past bij de klant. Dat jij de juiste partner bent. Je moet de klant dus op de juiste manier aanspreken. En tegelijkertijd trouw blijven aan je eigen identiteit. Je offerte is namelijk ook je visitekaartje.

 

4. Je offerte leunt te veel op de prijs

Als je een offerte wilt winnen, moet je onderscheidend zijn. Veel offerte-schrijvers denken dat je alleen kunt onderscheiden op prijs. Maar er zijn veel meer manieren om je te onderscheiden. Dat kan ook in vorm, opbouw en stijl. Hoe meer de offerte past bij jouw bedrijf én bij wat de klant zoekt, hoe minder de focus ligt op de prijs. In deze training leer ik je hoe je de aandacht van prijs naar waarde verschuift.

 

5. Je lezer valt in slaap

Je toekomstige klant vraag meestal meer offertes aan. Minimaal 2, soms wel 5. Denk je eens in: al die offertes lezen, naast elkaar leggen en vergelijken. Welke offerte blijft hangen, denk je? De offertes met alinea’s als bakstenen en zinnen die je drie keer moet lezen voordat je weet wat er staat, die vallen als eerste af. Niet omdat ze niet aansluiten, maar omdat ze slaapverwekkend zijn.

 

In een training offertes schrijven leer je hoe je deze valkuilen voorkomt. Heb je interesse? Mail me dan voor een afspraak.

Of abonneer je op mijn regelmatige e-mails, zodat je minimaal 1x per week een tip of inzicht in je inbox ontvangt.

Een klantvriendelijke apotheek?

 

Van de week was ik bij de apotheek voor mijn medicijnen. Terwijl ik buiten stond te wachten – er mocht maar 1 persoon tegelijk naar binnen – zag ik wel 5 A4’tjes die op verschillende plekken op de ramen waren geplakt. Dit stond erop:

 

“Wacht thuis op telefoon van ons, eerder krijgt u uw medicijnen niet geleverd. (uitzonderingen daargelaten natuurlijk).”

 

Ik kreeg het een beetje warm. In mijn tas zaten weliswaar drie herhalingsrecepten, die voorheen altijd voldoende waren geweest om met een stapeltje gekleurde doosjes weer naar buiten te lopen. Maar ik twijfelde of die briefjes in mijn tas deze keer voldoende zouden zijn.

 

Ik wist namelijk zeker dat ik niet gebeld was.

 

Was ik de uitzondering? Ik hoopte het maar, want ik wist ook zeker dat ik nog maar voor 2 dagen medicijnen had.

 

Medicatieplanning is niet mijn sterkste punt. Pas als de stripjes bijna op zijn, denk ik aan de apotheek. Misschien heeft dat iets te maken met de vriendelijkheid van het personeel van de apotheek, die in de toon van het briefje doorschemerde.

 

Inmiddels was ik bijna aan de beurt. Ik stond op het stoepje van de apotheek die er uitzag als een balzaal. Strakgeboende vloer van minimaal 40 vierkante meter met daarin 1 eenzame danser: degene die wachtte op de medicatie.

 

Toen ik bij de balie stond en de herhalingsrecepten uit mijn tas viste, schudde de mevrouw aan de andere kant van het raam al met haar hoofd. Ze zei niets, maar wees met haar in blauw latex gehulde hand naar een kartonnen doos waar aan de bovenkant met een mesje een alternatieve brievenbus in was gesneden. Blijkbaar was het de bedoeling dat ik daarin mijn recepten deponeerde.

 

Ik probeerde uit te leggen dat ik deze briefjes van hen had gekregen, dat ik ze netjes in een mapje had bewaard. Maar de mevrouw bleef maar schudden en vroeg: “Naam?” Ze staarde naar het computerscherm. Ze noemde de medicijnen die ik nodig had. De juiste dosering. Ik knikte. Dit ging de goede kant op.

 

“Ik weet niet of we die op voorraad hebben. We bellen als ze klaar liggen.” Ze zei het alsof ze afscheid van me nam.

Ik vroeg of dat waarschijnlijk morgen zou zijn. “Ik heb nog maar voor twee dagen,” zei ik.

“Beter plannen,” was haar antwoord.

 

Twintig seconden later stond ik weer buiten. Zonder medicijnen.

 

Gelukkig kreeg ik de volgende dag een telefoontje dat de medicijnen klaar lagen. Daarvoor moest ik wel weer 20 minuten in de rij staan. Maar goed, nu kan ik weer 3 maanden vooruit.

 

Tijdens het wachten dacht ik dat hier best iets uit te leren valt. Ja, ik zal de volgende keer iets eerder mijn nieuwe medicijnen halen. Daarnaast zoek ik een andere apotheek.

 

Want er is misschien wel het meeste te leren over klanten binden. Er zijn echt wel meer apotheken in Rotterdam. Zowel de toon van het briefje als de toon van de medewerker zorgden voor een onaangenaam gevoel.

 

Als je klanten aan je wil binden, moeten ze het gevoel hebben dat jij je uiterste best doet voor hen. Dat begint al bij het eerste klantcontact.

 

Een offerte is vaak het document waarmee je laat zien wat jou onderscheidt van je concullega’s. Je wilt graag dat je potentiële klant dan een warm gevoel krijgt bij jou, en erop kan vertrouwen dat jij (op tijd) levert wat je belooft.

 

In de (online) training over het schrijven van offertes: ‘Altijd een JA op je offertes’ besteed ik ook aandacht aan hoe je dat warme gevoel onder woorden brengt.

Waarom veel online trainingen geen training zijn

‘Van tegenkracht naar veerkracht in coronatijd’. En ‘Ze schieten schieten als paddestoelen uit de grond sinds iedereen thuis naar zijn beeldscherm zit te staren. Webinars.
Ik word er niet vrolijk van.

Is een online training beter?
Nee, meestal niet.

Het valt me op dat veel online trainingen helemaal geen training zijn.

Het zijn vooral ‘luister-naar-wat-ik-vertel-verhalen’. Soms zelfs niet eens live.
Met als boodschap: ‘Doe als ik doe. Dan word je succesvol. Want dat ben ik ook.’

En voordat je me nu boos gaat mailen dat echt niet alle online trainingen zo zijn: Ja, ik weet het.

Er zijn uitzonderingen.
Mooie uitzonderingen.

 

Toch zijn veel online trainingen als ouderwetse lessen op de middelbare school.

Weliswaar zonder man met Noorse kabeltrui en zonder piepende krijtjes op het bord.
En soms mét flitsende Powerpoints met leuke plaatjes. Die hadden we niet in de jaren ’80.

Maar waar je op school nog moest oefenen, hoef je bij zo’n online training alleen maar te luisteren. Geïnspireerd te raken.

Inspiratie is belangrijk, begrijp me niet verkeerd.
Net als enthousiasme en kennis.

 

Maar inspiratie is niet genoeg.

Niet genoeg om dingen te leren. En van daaruit te veranderen.
Dat is volgens mij wat een echte training doet.

Mijn trainingen gaan over beter leren schrijven. Dat lukt niet als je alleen WEET hoe het werkt. Je moet het DOEN.

En dat niet alleen.

Als je dan je best doet om het toe te passen, dan is het fijn als er iemand naar kijkt. En je feedback geeft. Hoe het misschien NOG beter kan.

Juist dan leer je.

 

Ik geloof dat een training je echt iets oplevert als die twee belangrijke elementen bevat.

Als eerste: een training die aansluit bij jouw praktijk. Je leert meer van een training die gaat over waar jij dagelijks mee te maken hebt. Toch bevatten veel online trainingen een algemeen verhaal. Je moet dan de hele tijd zelf de vertaalslag maken. Dat is best lastig, want jouw werk is nooit precies hetzelfde als het voorbeeld.

Daarnaast: oefening (met feedback op je antwoorden). Het klinkt als een open deur, maar veel online training doen het niet.
Ja, je krijgt Inspiratie. Maar wat doen de meeste mensen daarmee?
Ik heb eens gelezen dat maar 3% van de mensen die een zelfhulpboek koopt, het werkelijk toepast.
3%!

Dan vraag ik me af: wat is het verschil tussen een zelfhulpboek en een gemiddelde online training?
Inhoudelijk niet zo veel. De prijs wel.

Een algemene online training is lekker schaalbaar

Begrijp me niet verkeerd: ik snap het ook wel vanuit een ondernemer. Een algemene online training is lekker schaalbaar. Je kunt ‘em eindeloos verkopen, terwijl je in je hangmat op Ibiza ligt.

Maar ik word er niet warm van.

Ik werk het liefst met echte mensen die echte teksten schrijven. Zij leren van mij. Maar wat ik het leukste van mijn vak vind: ik leer ook van hen.
Zo leerde ik van de week bijvoorbeeld hoe een tomatenkas verwarmd wordt met aardwarmte. En vorige week welke stappen een hacker zet als hij een aanval op een server doet.

Superinteressant.

Ik wil me niet voorstellen hoe het leven zou zijn zonder al die mooie verhalen en interessante onderwerpen in mijn werk.

 

Daarom heb ik besloten dat mijn online training ‘Altijd JA op je offerte’ een andere vorm krijgt dan veel online trainingen.

 

Ik ga werken met een klein groepje van max 8 deelnemers.
Wel via Zoom, zodat we geen reistijd hebben.

De training is op een aantal data die ik vooraf vastleg. Als je dan niet kan, is dat heel jammer, maar dan kun je beter niet meedoen. Ik geef deze training nog wel een keer (als het bevalt).

Je levert vooraf een zelfgeschreven (geanonimiseerde) offerte in. De input van alle deelnemers is voor mij het startpunt van de training. Ik maak maatwerkopdrachten waarin ik de teksten van alle deelnemers voorbij laat komen.

 

Tijdens de training werk je aan een eigen offerte-format.

Dat format gaat je heel veel tijd opleveren (en hopelijk ook veel nieuwe opdrachten).

En natuurlijk krijg je een overzicht van alle theorie, zodat je ook later nog eens kan terugbladeren, als je weer met iets anders wilt experimenteren in je offerte.

Eigenlijk wordt het dus een ‘gewone’ training. Maar dan online, via Zoom. Met lekker veel oefenen en aandacht voor iedereen.

Zonnebrillen voor dikhoofden

De Amerikaanse Rico Elmore is, zoals hij zelf, ‘een grote man’.
Hij was een man met een probleem.
Zijn hoofd was zo groot, dat hij geen zonnebril kon vinden die op zijn hoofd paste.

Dat is best een groot probleem als je in het zonnige Indianapolis woont. Wat doe je dan? Een pet opzetten met een grote klep die je ogen beschermt? Misschien is je hoofd daar dan ook te dik voor.

Rico zag geen probleem.
Hij zag een gat in de markt.

Hij dacht: als ik een probleem heb met het kopen van een passende zonnebril, dan hebben anderen dat waarschijnlijk ook!

Zonnebril voor dikke hoofden

In 2005 introduceerde hij daarom zijn eigen zonnebril: de Fatheadz (‘Dikhoofden’).

Eerst bracht hij 4 soorten in verschillende kleuren op de markt. Maar inmiddels bestaat zijn aanbod uit meer dan 100 items voor mensen met grote hoofden.

Rico vond het prima om zijn probleem uit te venten. In zijn marketing legde hij alle nadruk op het probleem van zijn klanten.

Die herkenden het probleem meteen. Stel je maar eens voor: als je nooit een zonnebril hebt gepast. Altijd hoofdpijn van de felle zon. Dan haak je echt wel aan als je opeens een zonnebril voorbij ziet komen die belooft dat hij wel op je hoofd past.

Zijn product is een welkome oplossing voor het probleem van velen.

(Niet van mij trouwens, want ik heb een heel klein hoofd. Een kinderzonnebrilletje past mij het best… Maar dat terzijde.)

 

Problemen benoemen in een offerte

Toch benoemen de meeste ondernemers het probleem van hun klant niet. Niet op hun website. Niet in een offerte.

Ze vinden dat negatief. Liever benadrukken ze hun dienst, met alle specificaties, technische foefjes en jarenlange ervaring.

Daar is op zich natuurlijk niets mis mee. Maar als je niet vertelt welk probleem je oplost, dan is er bij jouw klant niet veel urgentie om jouw product of dienst te kopen.

Zeker in een offerte is het belangrijk dat je duidelijk omschrijft wat het probleem van de klant is.

Dat lijkt misschien een open deur, maar in de trainingen Offertes schrijven die ik de afgelopen jaren gaf, zag ik dit bijna altijd fout gaan.

De schrijvers beschreven bijvoorbeeld vooral de wens van de klant, wat de klant wilde bereiken. Of ze herhaalden precies de vraag die de klant had gesteld in het acquisitiegesprek.

Dat is iets anders dan het probleem van de klant benoemen. Het probleem van de klant is namelijk niet hetzelfde als de vraag die de klant stelt. De vraag komt er wel uit voort.

Je komt pas achter het échte probleem als je slimme vragen stelt in het acquisitiegesprek. En de antwoorden daarop heb je nodig als je een offerte wilt schrijven waarop je klant meteen JA zegt.

Dit is een van de onderwerpen in de nieuwe online training Altijd een JA op je offertes.
Is die training misschien iets voor jou?

Wat een zwembad met sneller schrijven te maken heeft

Boven mijn bureau hangt een A4’tje met daarop de volgende zinnen die mij helpen bij sneller schrijven:

“Zie het als iets wat op de bodem van een zwembad ligt: pas als het water helemaal stil is, kun je het zien. Die stilte is noodzakelijk.”

Het is een citaat van Robbert Dijkgraaf, een paar jaar geleden in NRC. Het artikel ging over ‘Deep Work’, een boek over de noodzaak van geconcentreerd werken om maximaal te kunnen presteren.

Dat beeld van een stil zwembad spreekt enorm tot mijn verbeelding. Vroeger had ik tussen mei en september 3x per week zwem- en waterpolotraining in buitenzwembad De Bever in Sint-Pancras (in de kop van Noord-Holland).

Hulp bij Sneller schrijven

De uitspraak van Robbert Dijkgraaf helpt mij als ik wil gaan schrijven. Hoe?

Daar waait het veel. Toch herinner ik me vooral een spiegelend zwembad zonder spetterende pubers aan de start van de zomeravondtraining. Dan kon je opeens op de bodem een verloren haarelastiekje zien liggen.

Simpel.

Ik zorg voor een leeg ‘zwembad’, in dit geval mijn bureau. Dat ruim ik op. Dat wil zeggen: ik maak van alle losse blaadjes, boeken, mapjes met trainingen een grote stapel. Met de nietmachine, perforator en theepot erbovenop.

Dat geheel leg ik – heel voorzichtig – op de grond.

Dan is mijn bureau leeg. Als een stil zwembad.

Dan kan het schrijven beginnen.

Je kunt de hele dag worden afgeleid van datgene wat je eigenlijk moet doen.

Zorgen voor focus is een belangrijk advies als sneller schrijven je doel is. Dat is geen hogere wiskunde. Ook geen wereldschokkend inzicht. Eerder een raad door de open deur.

Maar toch.

Even serieus.

Het feit dat je het WEET, betekent dat ook dat je het DOET?

 Niet altijd. Toch?

Als jij klaar bent met afleidingen, en nu echt werk wilt maken van sneller schrijven, geef je dan op voor de gratis online mini-cursus 5 mindhacks om 3x sneller te schrijven.

Je krijgt dan 5 mailtjes met telkens 1 tip hoe je sneller schrijven toepast in jouw praktijk. Toe te passen als je nu thuis werkt maar ook als je (straks weer) in een drukke kantoortuin zit.

Ik wens je alvast een afleidingsloze schrijfsessie!

Wil je sneller schrijven?

Stel dat je een dinertje geeft en een vriend van een vriend brengt een onbekende mee. De man lijkt een aangename gast.

Stel dat deze onbekende halverwege de avond naar boven gaat en zich opsluit in een van jouw slaapkamers. En er niet meer uit komt.

Stel dat je hem daar dagen-, weken-, maandenlang niet uit krijgt. Als het al ooit zal lukken.

 

Dit is de achterflaptekst van een boek van Ali Smith. In het Nederlands heet het Als niet dan zou. Ik ben er gisteravond in begonnen en ben nu op bladzijde 56.

Het is een intrigerend boek. Veel gebeurtenissen zijn absurd. Je kunt je niet voorstellen dat ze in het echte leven zouden kunnen gebeuren.

 

En toch.

 

Toch boeit het verhaal enorm. Juist omdat het zo geschreven is dat je denkt: “Het kan eigenlijk niet, maar misschien kán het wel.”

Soms lees ik extra langzaam. Omdat ik alle woorden van de zin tot me wil laten doordringen. Omdat ze het zo mooi heeft opgeschreven.

Uren doe ik erover. Ik zie nu al op tegen het punt dat het boek bijna uit is.

 

Snel lezen

De meeste lezers lezen trouwens niet langzaam. Die willen zo snel mogelijk een tekst door.

Zeker als het een tekst is die ze voor hun werk moeten lezen. Een rapport. Een offerte. Of een e-mail.

De meeste lezers puffen en steunen al als ze zien dat ze moeten scrollen.
Ze willen zo snel mogelijk door jouw tekst.

 

Het ergste is het als je merkt dat niemand je tekst heeft gelezen. Een verslag wordt goedgekeurd terwijl jij had verwacht dat Pietje wel iets aan te merken had.

Of je vraagt naar wat je leidinggevende vond van je notitie. Het antwoord is net iets te kort en te weinig inhoudelijk, zodat je weet dat ze het diagonaal heeft gelezen.

Terwijl jij je hele ziel en zaligheid in die tekst hebt gestopt. Uren heb je achter je beeldscherm zitten typen. Je hebt er waarschijnlijk ook langer over dan gepland. Want je wilt dat de teksten die jij schrijft duidelijk zijn, maar ook kloppen.

 

En dat kost tijd.

Die tijd betaalt zich helaas niet altijd terug in het rendement dat je voor ogen had. Het is dus handig als je minder tijd bezig bent met schrijven.

 

Hoe zorg je ervoor dat jij niet te lang bezig bent met een tekst?

Sneller schrijven kunt je best tackelen.

Daarvoor heb ik een online mini-training ontwikkeld.
Daarin ontdek je met 5 mindhacks hoe je sneller een tekst schrijft.
Gratis.

 

Iets voor jou?

Zo ja, dan meld je je hier aan voor die mini-training: 5 mindhacks waardoor je 3x sneller een tekst schrijft (ook als je geen tijdsdruk hebt)
Je krijgt dan 5 mails met elke keer 1 mindhack: een psychologisch inzicht waardoor sneller schrijven gemakkelijker wordt.

 

Veel schrijfplezier!

Waarom schrijven met een pen creatiever is

Schrijven met een pen is traag, slordig en vermoeiend. En je kunt tegenwoordig overal digitaal aantekeningen maken: met je smartphone, op je laptop of je pc. Toch ben ik ervan overtuigd dat de pen en het handschrift niet verdwijnen. Ze zijn namelijk essentieel als je creatief wilt schrijven.

 

Traag, slordig en vermoeidend. De nadelen lijken niet op te wegen tegen de voordelen van digitaal schrijven: snel, keurig en eenvoudig. Maar de nadelen van schrijven met de hand zijn juist voordelen in het creatieve proces.

 

Charles Cimic schrijft bijvoorbeeld in The New York Review of Books ‘Take care of your little notebook’ dat hij als dichter niet zonder pen en notitieblok kan.

 

Schrijven met de hand is traag, maar dat is goed

Nadenken over een tekst doe je het beste met een pen of potlood en een stuk papier. Hoewel schrijven met de hand trager lijkt, laat onderzoek van Virginia Berninger (beschreven in een artikel in The Wall Street Journal) zien dat kinderen die met de hand schreven juist meer woorden opschreven, en op meer ideeën kwamen dan kinderen die typten.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat schrijven met de hand andere delen van de hersenen activeert dan als je typt. Je gebruikt de tijd bij het vormen van de letters ook om te denken. Juist die tijd is belangrijk in het creatieve proces. Bovendien helpt het bij het onthouden en leren van de dingen die je opschrijft.

 

Schrijven met de hand is slordig, maar dat is niet erg

Een ander argument dat ik vaak tijdens mijn trainingen hoor, is dat mensen vinden dat ze niet netjes schrijven. Dat is vooral vervelend als je je eigen handschrift na afloop niet meer kan lezen. Verder is het tijdens het creatieve proces niet zo belangrijk dat anderen je woorden kunnen lezen.

Het voordeel van netheid, is tegelijkertijd het probleem. Met getypte letters lijkt je tekst al af.Terwijl je in de brainstormfase juist niet té vast moet zitten aan je ideeën, woorden en zinnen.

Op papier kun je ook lekker woorden doorstrepen. Dan zie je het woord of zinsdeel nog wel, maar is het er tegelijk ook niet meer. Soms kan zo’n woord of zin later nog dienst doen, op een andere manier.

 

Schrijven met de hand is vermoeiend, en dat is goed

Maar schrijven met de hand is wel vermoeiend. Kramp zorgt ervoor dat je af en toe moet stoppen met schrijven. Ook dat is eigenlijk een voordeel. In die tijd kijk je naar wat je al geschreven hebt. Dat brengt je vaak weer op nieuwe ideeën.

Schrijven via een toetsenbord is weliswaar minder vermoeiend, maar daardoor loop je ook de kans dat je maar doorgaat, zonder te reflecteren op je proces. In die zin is kramp in je hand een welkome filter: wat echt belangrijk is, komt wel weer terug.

 

Opdracht om creatiever te schrijven
Je hebt nodig: pen, papier, timer (kookwekker, stopwatch)

Bedenk een vraag, bijvoorbeeld een vraag waarover je artikel wilt schrijven.
Schrijf de vraag midden op het vel papier.
Associeer er 5 minuten op los. Schrijf alle woorden en zinnen op die bij je opkomen. Wees niet kritisch. Schrijf totdat je niet meer kunt (of totdat de wekker gaat).

Ik ben benieuwd naar je ervaringen! Leuk als je ze hieronder, bij de reacties, achterlaat.

 

Wanneer komt je toetsenbord weer in beeld? Als je weet wat je wilt schrijven, kun je gaan typen. Voor de een zal dat een eerste versie zijn, voor de ander als de tekst grotendeels staat. Kijk maar eens wat voor jou werkt!

 

(c) Suzanne Meijles

Fouten in tekst: vergeeft je lezer je?

Het liefst schrijf ik perfecte teksten. Foutloos. Maar ook ik maak regelmatig fouten. Ik maak even snel iets af, en dan, hup, de digitale brievenbus uit. Niet veel later valt mijn blik precies op dat vergeten woord of die letter die daar niet moet staan. Zijn die fouten onvergefelijk?

Wat is eigenlijk een perfecte tekst?

Natuurlijk is dat een tekst zonder fouten. Maar een perfecte tekst is meer dan dat. Een perfecte tekst brengt precies die boodschap bij je lezer over die jij in gedachten had toen je hem schreef. Is dat voor elke lezer gelijk? Waarschijnlijk niet.

Dat brengt me op de vraag: ‘wat is fout’? Is het woord ‘beeetje’ fout, omdat ik één keer te veel de letter ‘e’ aansloeg? Ja, feitelijk gezien wel. Maar neemt mijn lezer me dat kwalijk?

Er zijn verschillende wetenschappelijke onderzoeken gedaan naar het effect van spelfouten. Een mooi overzicht daarvan geeft Floortje Westerburgen in haar artikel op Tekstblog. De resultaten geven geen eenduidig antwoord op de vraag welk effect spelfouten hebben op teksten.

Kort samengevat laten Kloet, Renkema en Van Wijk (2003)   zien dat taalfouten vooral invloed hebben op de begrijpelijkheid van de tekst. Maar uit onderzoek van Yvonne Harm (2008) blijkt dat taalfouten ook een negatief effect hebben op de geloofwaardigheid van de zender en de tekst.

Effect van fouten in direct-mails

Interessant is het onderzoek van Jansen (Onze Taal, 2010) naar het effect van fouten in spelling, zinsbouw en woordvormen in direct-mails. Daaruit bleek dat de zinsbouwfouten (‘de meisje’ bijvoorbeeld) een veel zwaarder negatief oordeel met zich meebrachten dan de spelfouten.

Bij vervolgonderzoek van Jansen werden alleen d/t-fouten opgenomen. Toen bleek de helft van de (hoogopgeleide) proefpersonen, de fouten niet eens op te merken! En de andere helft die de fouten wel zag, gaf geen negatiever oordeel dan de personen die de spelfouten niet hadden gezien….

Jansen besluit zijn betoog overigens wel met de opmerking dat een direct-mailing niet te vergelijken is met een sollicitatiebrief: deze worden op een andere manier gelezen.

 

Hoe komt het eigenlijk dat we spel- en typefouten niet altijd zien?

Ook psychologen onderzoeken leesgedrag. Uit onderzoek van Frisby (1979) blijkt dat lezers meer kijken naar woordbeeld dan naar de afzonderlijke letters van een woord. Kinderen die leren lezen, lezen elke letter: v – i – s en daarna maken ze er een woord van: ‘vis’.

Als je eenmaal kunt lezen, heb je niet meer alle letters van een woord nodig om het te kunnen herkennen. Dan springen je ogen van tekstblok naar tekstblok.

Kijk maar eens naar de onderstaande zinnen:

In Afrika leefde een olxfxnt die Elmo heette. Elke dag stond hij op om met de
een gxrxffe te ontbjiten in het grotedierenbos.

Waarschijnlijk kostte het je geen enkele moeite om de bovenstaande tekst te lezen. De x’en in olifant en giraffe vulden je hersenen als vanzelf aan. Heb je ook gezien dat in het woord ‘ontbijten’ de ‘i’ en de ‘j’ waren omgedraaid? En dat er voor giraffe ‘een’ te veel stond?

 

Hersenen zijn getraind om fouten in woorden te herstellen

Vergeten letters, te veel woorden, omgedraaide letters: je hersenen zijn erin getraind om er een samenhangend geheel van te maken. Soms ben je je daar bewust van, maar vaak ook niet. Dan lees je dus over een typefout heen. Vooral bij langere teksten, waar je meer wordt ‘afgeleid’ door de inhoud en andere woorden, is de kans groter dat je een typefout over het hoofd ziet.

 

Fouten zijn niet om trots op te zijn. Maar om te leren, moet je ook fouten (mogen) maken. Zo heb ik onlangs weer geleerd dat ik niet zo arrogant moet zijn dat ik mijn eigen ebook kan redigeren. Daarvoor moet ik ook eerst een ander paar ogen de tekst laten nakijken. Bij typefouten als ‘beeetje’ doet de spellingcontrole overigens ook wonderen.

Er ligt zelfs een gevaar op de loer als je altijd perfecte en foutloze teksten wilt schrijven.

De kans is aanwezig dat je er zo veel tijd mee bezig bent, dat die tijd niet opweegt tegen de baat. Of dat de tekst uiteindelijk nooit wordt gepubliceerd. En dat is het ergste wat er met tekst kan gebeuren: geschreven om niet gelezen te worden.

 

 

 

 

ProTaal – Schepenstraat 86B – 3039 NM – Rotterdam – 010 – 465 77 75 – info@protaal.nl