Artikelen met de Tag "teksten"

Beter schrijven: hoe doe je dat?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Beter schrijven een kwestie van talent?

 

 

 

Is het een talent als je goed kunt schrijven of is beter schrijven gewoon hard werken? Of is het een combinatie van beide? Als schrijftrainer zijn het vragen die me al lang bezig houden.

Onlangs ben ik begonnen met The Talent Code van Daniel Coyle. De ondertitel doet al veel vermoeden over zijn standpunt: “Greatness isn’t born. It’s grown. Here’s how.”

 

Verder kwam ik op internet een artikel tegen over 15 dingen die succesvolle mensen doen. Op nummer 1 stond “Falen”. Op nummer 9 stond “Doorgaan”. Volgens het artikel komt succes je niet aanwaaien, je moet er gewoon hard voor werken. En doorgaan, ook als het tegenzit.

Lees verder »

Fouten in tekst: vergeeft je lezer je?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Het liefst schrijf ik perfecte teksten. Foutloos. Maar ook ik maak regelmatig fouten. Ik maak even snel iets af, en dan, hup, de digitale brievenbus uit. Niet veel later valt mijn blik precies op dat vergeten woord of die letter die daar niet moet staan. Zijn die fouten onvergefelijk?

Wat is eigenlijk een perfecte tekst? Natuurlijk is dat een tekst zonder fouten. Maar een perfecte tekst is meer dan dat. Een perfecte tekst brengt precies die boodschap bij je lezer over die jij in gedachten had toen je hem schreef. Is dat voor elke lezer gelijk? Waarschijnlijk niet.

Dat brengt me op de vraag: ‘wat is fout’? Is het woord ‘beeetje’ fout, omdat ik één keer te veel de letter ‘e’ aansloeg? Ja, feitelijk gezien wel. Maar neemt mijn lezer me dat kwalijk?

Er zijn verschillende wetenschappelijke onderzoeken gedaan naar het effect van spelfouten. Een mooi overzicht daarvan geeft Floortje Westerburgen in haar artikel op Tekstblog. De resultaten geven geen eenduidig antwoord op de vraag welk effect spelfouten hebben op teksten.

Kort samengevat laten Kloet, Renkema en Van Wijk (2003)   zien dat taalfouten vooral invloed hebben op de begrijpelijkheid van de tekst. Maar uit onderzoek van Yvonne Harm (2008) blijkt dat taalfouten ook een negatief effect hebben op de geloofwaardigheid van de zender en de tekst.

Effect van fouten in direct-mails

Interessant is het onderzoek van Jansen (Onze Taal, 2010) naar het effect van fouten in spelling, zinsbouw en woordvormen in direct-mails. Daaruit bleek dat de zinsbouwfouten (‘de meisje’ bijvoorbeeld) een veel zwaarder negatief oordeel met zich meebrachten dan de spelfouten.

Bij vervolgonderzoek van Jansen werden alleen d/t-fouten opgenomen. Toen bleek de helft van de (hoogopgeleide) proefpersonen, de fouten niet eens op te merken! En de andere helft die de fouten wel zag, gaf geen negatiever oordeel dan de personen die de spelfouten niet hadden gezien….

Jansen besluit zijn betoog overigens wel met de opmerking dat een direct-mailing niet te vergelijken is met een sollicitatiebrief: deze worden op een andere manier gelezen.

Hoe komt het eigenlijk dat we spel- en typefouten niet altijd zien? Ook psychologen onderzoeken leesgedrag. Uit onderzoek van Frisby (1979) blijkt dat lezers meer kijken naar woordbeeld dan naar de afzonderlijke letters van een woord. Kinderen die leren lezen, lezen elke letter: v – i – s en daarna maken ze er een woord van: ‘vis’.

Als je eenmaal kunt lezen, heb je niet meer alle letters van een woord nodig om het te kunnen herkennen. Dan springen je ogen van tekstblok naar tekstblok.

Kijk maar eens naar de onderstaande zinnen:

In Afrika leefde een olxfxnt die Elmo heette. Elke dag stond hij op om met de
een gxrxffe te ontbjiten in het grotedierenbos.

Waarschijnlijk kostte het je geen enkele moeite om de bovenstaande tekst te lezen. De x’en in olifant en giraffe vulden je hersenen als vanzelf aan. Heb je ook gezien dat in het woord ‘ontbijten’ de ‘i’ en de ‘j’ waren omgedraaid? En dat er voor giraffe ‘een’ te veel stond?

Hersenen zijn getraind om fouten in woorden te herstellen

Vergeten letters, te veel woorden, omgedraaide letters: je hersenen zijn erin getraind om er een samenhangend geheel van te maken. Soms ben je je daar bewust van, maar vaak ook niet. Dan lees je dus over een typefout heen. Vooral bij langere teksten, waar je meer wordt ‘afgeleid’ door de inhoud en andere woorden, is de kans groter dat je een typefout over het hoofd ziet.

Fouten zijn niet om trots op te zijn. Maar om te leren, moet je ook fouten (mogen) maken. Zo heb ik onlangs weer geleerd dat ik niet zo arrogant moet zijn dat ik mijn eigen ebook kan redigeren. Daarvoor moet ik ook eerst een ander paar ogen de tekst laten nakijken. Bij typefouten als ‘beeetje’ doet de spellingcontrole overigens ook wonderen.

Er ligt zelfs een gevaar op de loer als je altijd perfecte en foutloze teksten wilt schrijven. De kans is aanwezig dat je er zo veel tijd mee bezig bent, dat die tijd niet opweegt tegen de baat. Of dat de tekst uiteindelijk nooit wordt gepubliceerd. En dat is het ergste wat er met tekst kan gebeuren: geschreven om niet gelezen te worden.

 

 

 

 

Eerste Hulp Bij Schrijfangst

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

hulp bij schrijfangstSchrijfangst. Ik maakte er al vroeg kennis mee. Als mijn vader de opdracht had gekregen een voorwoord ergens voor te schrijven, trok hij zich een zondagmiddag terug. Met een schrijfblok, want computers waren er nog niet. Wij mochten niet storen.

Het resultaat na drie uur zwoegen: een berg met propjes. En een half beschreven A4 met behoorlijk wat doorhalingen en extra aantekeningen in de kantlijn.

Mijn vader was een ‘gummer’, een van de schrijftypes die ik onderscheid. Gummers zijn zeer perfectionistische schrijvers. Halverwege een zin die ze aan het typen zijn, schiet er een beter begin te binnen. Met als resultaat dat ze soms wel vijf of tien keer die zin opnieuw beginnen.

Waar je in het tijdperk voor de computer als gummer nog enig resultaat terug zag in een volle prullenbak, zie je nu, met dank aan de computer, niets meer terug. Dat betekent dat je na drie uur werken misschien 200 woorden hebt. Waar je ook nog eens niet tevreden over bent.

Waar komt schrijfangst vandaan? Volgens mij zijn er een paar oorzaken te onderscheiden:

Lees verder »

Welke woorden kun je het beste gebruiken om te overtuigen?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

bijvoeglijke naamwoorden2 Al een tijdje ben ik op zoek naar welke woorden je juist wel of niet zou moeten gebruiken als je een wervende tekst schrijft. Ik ben zelfs begonnen met het aanleggen van een lijst van woorden die je beter wel of niet kunt gebruiken, maar ik kwam niet echt verder.

Veel mensen gebruiken bijvoeglijke naamwoorden die een positieve lading hebben om hun product of dienst aan te prijzen. Voorbeelden van positieve bijvoeglijke naamwoorden zijn bijvoorbeeld: leuke, mooie, onweerstaanbare, boeiende, sublieme. Je snapt het wel.

Onlangs las ik een wervende tekst waarin een nieuwe dienst, een workshop, werd aangeprezen. “Mis deze onvergetelijke dag niet”. Ik erger me daaraan. De gedachte die bij me opkomt is: ‘hoe kan een dag die nog moet komen, nu al onvergetelijk zijn?’ Maar ben me er ook van bewust dat ik een extreem kritische lezer ben. Bovendien vroeg ik me af of dit nou een typisch Nederlandse reactie van mij is…

Daarom heb ik er eens wat vakliteratuur bijgezocht. Ik vroeg me af of er wel eens onderzoek was gedaan naar die positief getinte adjectieven. En ja hoor, ik stuitte op een onderzoek van Hans Hoeken uit 1996. Hij liet proefpersonen twee soorten reisbeschrijvingen lezen.
bijvoeglijke naamwoorden
In de eerste versie stonden allemaal bijvoeglijke naamwoorden die een positieve evaluatie gaven:
“We lopen langs mooie bergmeren, prachtige sneeuwvelden en magnifieke rotsmassieven”.

De tweede versie was veel informatiever van aard:
“We lopen langs blauwe bergmeren, besneeuwde velden en zwarte rotsmassieven”.

Nu moet je weten dat niet elke lezer op eenzelfde manier leest. Er zijn kritische lezers die argumenten kritisch afwegen. En je hebt mensen die minder kritisch lezen. Hoeken liet in zijn onderzoek beide groepen lezers de twee verschillende teksten lezen.

De uitkomst was dat kritische lezers meer overtuigd werden door de informatieve tekst. Ze reageerden zelfs negatief op de tekst met de positief getinte bijvoeglijke naamwoorden. Dat verbaasde mij natuurlijk niets, want zoals ik al schreef: ik ben zo’n kritische lezer.

Maar wat veel interessanter is, was dat de groep lezers die minder kritisch leest, geen onderscheid maakte tussen de beide teksten. Ze werden door beide teksten evenveel overtuigd, of er nu positieve of informatieve bijvoeglijke naamwoorden stonden!

Wat betekent dit voor jouw wervende tekst? Je kunt in een tekst waarmee je alle lezers wilt overtuigen beter informatieve bijvoeglijke naamwoorden gebruiken dan positief getinte. Op die manier bereik je namelijk al je lezers, ook de kritische.

Je kunt die positieve bijvoeglijke naamwoorden overigens wel uit de mond van een ander laten komen. In mijn artikel over testimonials schreef ik al hoe je dat kunt doen. Dat is geloofwaardiger dan als jij zelf zegt dat je een geweldige dienst aanbiedt!

(c) Suzanne Meijles, ProTaal

Je reactie op dit artikel is zeer welkom! Je kunt je reactie hieronder achterlaten.