Artikelen met de Tag "lezer"

Een goede inleiding: 3 vragen van de lezer

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

inleiding is aanloopEen goede inleiding is het halve werk. Letterlijk en figuurlijk. De meeste lezers lezen de inleiding wel. En bepalen daarna of ze doorlezen of niet. De inleiding is daarom een van de moeilijkste onderdelen van de tekst. Als je het in de intro laat liggen, is je tekst tot de spreekwoordelijke la verbannen. Of wordt simpel weggeklikt. Hoe prikkel je een lezer in de inleiding om vooral je hele tekst te lezen?

 

Natuurlijk weet jij, als schrijver, wel wat je wilt schrijven. Een inleiding voelt voor jou misschien vooral als een aanloop. Als ballast. De inhoud, de kern van je boodschap vind je interessanter, belangrijker om over na te denken.

 

De inleiding is inderdaad vooral een aanloopje. Om je lezer warm te maken voor je tekst. Een inleiding schrijf je dan ook niet voor jezelf, maar vooral voor je lezer.

 

Inleidingen heb je in verschillende soorten. Een intro bij een artikel is anders dan een inleidende alinea bij een notitie of memo. En een inleidend hoofdstuk bij een boek of rapport is ook weer anders. Toch heeft de intro in alle gevallen dezelfde functie: je lezer voorbereiden op de rest van de tekst.
vraagteken-wit


Er zijn drie vragen die een lezer (bewust of onbewust) heeft voordat hij een tekst gaat lezen.
Het (globale) antwoord op alle drie de vragen hoopt hij in de inleiding te lezen. Als je alle drie vragen beantwoordt in je inleiding, leest jouw ideale lezer door.

Vraag 1. ‘Waarom is deze tekst geschreven?’

Het antwoord op deze waarom-vraag in de inleiding maakt direct de urgentie van het onderwerp duidelijk. Wat maakte dit onderwerp zo belangrijk dat er een tekst over moest worden geschreven? In notities en memo’s is dit de aanleiding en het kader. Bij een blogartikel is het vaak een actualiteit. Als deze aanleiding relevant is voor de lezer, is de kans groot dat hij doorleest na de inleiding.

 

 

Vraag 2. ‘Wat is de belangrijkste vraag waarop deze tekst antwoord geeft?’

Daarnaast kent elke tekst een hoofdvraag. Deze vraagt geeft focus aan het onderwerp en volgt logisch aan de aanleiding. Je neemt de focusvraag op in de inleiding van een tekst, omdat je lezer dan alvast weet wat jij in de tekst ongeveer behandelt. De afbakening dus: wat doe je wel en wat niet?

 

Vraag 3. ‘Waar gaat de rest van de tekst over?’

Na het lezen van de inleiding of intro wil de lezer een beeld hebben waar de rest van de tekst over gaat. Een notitie, rapport of memo bevat vaak een leeswijzer. In een blogartikel kun je volstaan met een zin. Of de antwoorden op vraag 2 en 3 vallen samen. Zo kan de lezer een snelle inschatting maken: is dit voor mij nu interessant, moet ik het later lezen, of ‘laat maar’.

Hoe ziet het beantwoorden van deze vragen er in de praktijk uit? Hieronder vind je drie verschillende inleidingen en intro’s uit verschillende soorten teksten.

Voorbeeld van inleiding memo

De antwoorden op de bovenstaande drie vragen vind je in een inleiding van een memo bijvoorbeeld als volgt terug:

In de commissievergadering van 18 september is alle leden gevraagd na te denken over de onderwerpen waaraan we in het komende jaar extra aandacht moeten besteden (1). Welke initiatieven vragen om een werkbezoek? Doel van een werkbezoek is de commissie te informeren over een actueel onderwerp. Tot dusver zijn de onderstaande twee suggesties ontvangen (2). Bij elk van de suggesties leest u een toelichting op het initiatief. (3)

 

Voorbeeld van inleiding blogartikel

Ook in goede intro bij een blogartikel vind je de antwoorden op de vragen:

Waarom ben je niet succesvoller dan je nu bent? (2) Waarschijnlijk omdat je eigen gedrag je tegenhoudt (1). De onderstaande 20 gewoontes zijn de meest voorkomende fouten die maken op weg naar hun persoonlijke top (3). Herken ze bij jezelf en word een betere leider. (www.eelcosmit.nl)

 

Voorbeeld van inleiding e-mail

Zelfs in een e-mail is het handig om in de inleiding kort de drie vragen te beantwoorden, zoals in het volgende voorbeeld:

In het gesprek van vanmorgen spraken we over de wijzigingen in het ontwerp van de website. (1) Je vroeg me mijn opmerkingen ook nog per e-mail aan je door te geven. (2) Hieronder vind je ze, gecategoriseerd per pagina. (3)

Een garantie op doorlezen bestaat niet. Je kunt niet iedereen laten doorlezen na een inleiding of intro. Het is de kunst om jouw ideale lezer verder te laten lezen. Dat is de lezer voor wie je de tekst hebt geschreven. Het onderwerp interesseert hem, hij wil er graag meer over weten. Het is jouw taak om hem voldoende informatie te geven in de inleiding om snel te kunnen beslissen of hij moet doorlezen of niet.

© Suzanne Meijles

.

Een goede titel die je lezer in beweging zet

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Een titel is een breed begrip. Breder dan je misschien denkt. Natuurlijk schrijf je er een boven een artikel. Maar je vindt ook een titel bij een wervende tekst. En de onderwerpregel in een e-mail kun je ook zien als een titel.

Met een titel help je je lezer snel te beslissen: moet ik deze tekst nu lezen, later lezen, of niet lezen? Een titel is dus een wegwijzer voor je lezer. Met een titel wil je verleiden én informatie geven. Je wilt je lezer laten doorlezen, je wilt hem in beweging zetten. Hoe kom je nu tot een goede titel?

 

Lees verder »

Afkortingen: lekker kort en bondig?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

afkortingen

 

 

 

Afkortingen bieden uitkomst in e-mails, memo’s en rapporten. Teksten moeten namelijk kort zijn, vinden veel mensen. Op een A4’tje bij voorkeur. En ze mogen niet te veel tijd kosten om te schrijven. Afkortingen zijn lekker kort en kosten weinig tijd om te typen. Toch is het gebruik van afkortingen niet aan te raden…

Lees verder »

Wat kan er fout gaan op een website?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

In mijn werk zie ik veel websiteteksten. Sommige zijn verlengde visitekaartjes. Andere zijn to the point. Soms spreken websites me aan, maar vaker niet. Wat gaat er nou fout bij sommige websites? En, belangrijker misschien: wat kun je daar aan doen? Daarover gaat dit artikel.

Laatst vroeg een vriendin mij of ik naar haar website wilde kijken. Laat ik haar voorstellen: eind 30, enthousiast en communicatief, representatief en zeer loyaal naar haar klanten. Als je haar gezien hebt, wil je eigenlijk direct zaken met haar doen. Hoe komt het dat zij via haar website geen werk krijgt?

De eerste zin op haar website is: “Tevreden medewerkers zijn een belangrijke bron van kostenbesparing en verhoging van productiviteit.” Raak jij hierdoor enthousiast? Waarschijnlijk niet. Het is een algemene zin die eigenlijk niets zegt.

Websitebezoekers hebben een vraag waarmee ze jouw dienst zoeken. Ga maar na: hoe google jij als jij een goedkoop weekendje naar Rome wilt? Waarschijnlijk op de zoekwoorden: “Rome” + “weekend” + “goedkoop”.

Je komt terecht op een website waar de eerste zin is: “Wilt u een goedkoop weekend in Rome verblijven? Op deze website vindt niet alleen de leukste, sfeervolle betaalbare hotels in het centrum. U kunt hier ook een lijst met leuke restaurants vinden die prima bij uw budget passen.” Wat doe je? Lees je verder? Of klik je weg? Ik durf te wedden het eerste: verder lezen.

Zoekers op het web hebben een probleem. Als je daarop inspeelt op je website, heb je grote kans dat je je lezer vasthoudt. Als je laat zien dat je de vraag kunt oplossen, is er een kans dat hij je beter wil leren kennen. En dat is de eerste stap naar een nieuwe klant.

De volgende stappen kunnen je helpen om de vraag of het probleem van je klant in je websitetekst te verwerken:

1. Maak een lijst van vragen die klanten je hebben gesteld. Waarvoor komen ze bij jou? Waar lopen ze tegenaan? Welke problemen willen ze oplossen?

2. Beschrijf de gevolgen van die problemen. Wat gebeurt er in de organisatie? Hoe uit het zich? Je maakt het probleem daarmee heel beeldend. Tegelijkertijd kun je heel goed laten zien dat jij het probleem begrijpt.

3. Verwerk de problemen en gevolgen op de homepage. Dat kan letterlijk: “Hebt u er last van dat sommige medewerkers te laat komen?” maar ook in de indirecte rede: “U loopt ertegenaan dat sommige medewerkers niet op tijd op hun werk zijn. Dat leidt tot problemen in de planning. En daarmee haalt u uw geformuleerde doelen niet.”

Zie je wat er gebeurt? Het is vergelijkbaar met het goedkope weekendje Rome: je krijgt een beeld. En dat is wat je wilt. Je wilt dat je lezer zich herkend voelt door wat jij beschrijft.

Laat zien dat je je (potentiële) klant begrijpt. Dat je snapt waar hij dagelijks mee geconfronteerd wordt. Dat doe je door de aandacht te vestigen op wat zijn probleem is. Dat geeft hem het vertrouwen dat jij hem kunt helpen.

Wil je reageren op dit artikel? Graag! Je kunt daarvoor het veld hieronder gebruiken.

© Suzanne Meijles

Wat kan er fout gaan in een overtuigende tekst?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

geen-overtuigende-tekstIk zat gisteren in een eetcafé. Onderaan de menukaart stond: “Is het geen goed idee om een cadeaubon van Eetcafé Bon te bestellen!!” Ik vraag me af of er klanten zijn die zich door deze vraag geïnspireerd voelen om zo’n cadeaubon te kopen. Deze zin is wel bedoeld als overtuigende tekst, denk ik. Wat gaat er precies mis?

Lees verder »

5 tips om wervende koppen te schrijven die je lezer de tekst inzuigen

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Waarom gebruik je titels en koppen? Om aandacht te trekken? Om nieuwsgierigheid te kweken? Als belofte van wat er gaat komen? Of om je lezer te verleiden door te lezen? Waarschijnlijk allemaal! Toch liegen de statistieken er niet om: 8 van de 10 mensen lezen de titel wel, maar slechts 2 van de 10 lezen ook de rest van de tekst.

Het kan genadeloos mis gaan met koppen en titels. Als je lezer niet wordt geprikkeld door je titel, leest hij je tekst helemaal niet. En heb je voor niets je best gedaan.

Veel mensen denken dat je talent moet hebben om een goede kop te kunnen maken. Maar talent is echt niet nodig. Inspiratie evenmin. Misschien wordt niet iedereen een romanschrijver, maar het schrijven van een informatieve en wervende kop, dat kan iedereen leren.

Hoe schrijf je dan die kop die aantrekt, werft en prikkelend is? Hieronder vind je 5 adviezen die je kunnen helpen.

1. Focus dus op de voordelen die je lezer kan behalen door je tekst te lezen.
Een titel waarin staat wat de inhoud van de tekst oplevert, is aantrekkelijk. En dat zorgt er in de meeste gevallen voor dat de lezer doorleest. Beloof dus in je titel iets wat je in je tekst waar maakt. Bijvoorbeeld: “Nee zeggen tegen je kinderen terwijl het thuis toch gezellig blijft.“

2. Laat in je titel zien welk probleem je oplost: “10 tips om je energierekening te verlagen”.

3. Ook een titel met een vraag die je lezer aanspreekt, helpt om je lezer te laten doorlezen. Je stelt de vraag die je lezer misschien al heeft. Of kan hebben. Maar het is ook mogelijk dat hij niet weet wat hij wilde weten. En dát is prikkelen! Bijvoorbeeld: “Hoe kun je afvallen en toch alles blijven eten wat je wilt?”

4. Beschrijf zo specifiek mogelijk. Dus niet “Een gezonde werkplek” maar “Hoe je in 7 stappen een gezonde werkplek maakt”. Als je een aantal gebruikt, maak je bovendien een heel specifieke belofte. Die extra prikkelt. Je moet je belofte natuurlijk wel weer inlossen.

5. Construeer je koppen op zo’n manier dat je boodschap ook duidelijk is als je lezer alleen de (tussen)koppen leest.
Op die manier geef je je lezer voldoende kans om je tekst te scannen. Je lezer kan dan zelf besluiten of hij de tekst helemaal wil lezen. Een scanbare tekst maak je door bijvoorbeeld witregels in te voegen, kernwoorden vet te maken en door opsommingen te gebruiken.

Het schrijven van een goede kop is belangrijk om je lezer te prikkelen verder te lezen. Want daar gaat het uiteindelijk om: tekst die je schrijft, moet gelezen worden. Een prikkelende titel is een eerste stap. En elke volgende zin is een volgend stapje. Om je lezer weer de volgende zin te laten lezen. Ik hoop dat je met dit artikel weer een stapje verder kunt.

© Suzanne Meijles, ProTaal