Artikelen met de Tag "cijfers"

Hoe je cijfers inzet om te overtuigen

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Als in een training cijfers in wervende teksten ter sprake komt, komt ook meestal De Vraag: wanneer schrijf je een getal als een woord en wanneer als een cijfer?

 

Maar ik wil het niet hebben over regels. Wel over hoe je cijfers gebruikt in je overtuigende tekst. Want cijfers zijn niet altijd even overtuigend. In dit artikel lees je hoe je cijfers inzet om te overtuigen in tekst.
Cijfers lijken overtuigend. Zeker als ze “uit onderzoek” afkomstig zijn. Die cijfers doen een claim op de autoriteit, als bron.

 

Als uit onderzoek is gebleken dat 95% van de ondervraagden tevreden is over een dienst of product, overtuigt dat veel potentiële kopers. Het is een truc die door reclamemakers veel wordt toegepast.

 

Ik schrijf “truc”, want veel cijfers, zeker in de reclamewereld, zijn niet uit wetenschappelijk onderzoek. De grootte van de steekproef wordt zo groot vermeld, dat je er een bril voor moet aanschaffen (omdat ze in zulke kleine lettertjes geschreven dat geen enkel normaal mens zonder 78 inch tv die letters kan lezen). Dan deden er bijvoorbeeld maar 10 mensen mee.

En daar is niets wetenschappelijks aan, want dan heeft een resultaat pas echt iets te vertellen als de steekproef (veel) groter was, bij voorkeur 100 proefpersonen (of meer).

 

Lees verder »

Wanneer schrijf je een getal in cijfers en wanneer in letters?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Wanneer schrijf je een getal in cijfers en wanneer in letters?

De regels op een rij:

In lopende zinnen schrijf je de volgende getallen voluit:

  • 1 tot 20
  • tientallen
  • honderdtallen
  • duizendtallen
  • Je schrijft getallen als cijfers als je schrijft over eenheden.
    Eenheden zijn bijvoorbeeld kilo’s, euro’s en (centi)meters.

     

    Voorbeelden

    Je schrijft bijvoorbeeld:

    “Ze heeft vier kinderen gekregen.”
    “Tweehonderd mensen bezochten onze stand.”
    “Van de dertien aanwezigen, meldden zich er drie af.”

    Maar

    “Ze liep 4 kilometer om thuis te komen.”
    “Onze kat woog 8 kilo.”
    “De lucht wordt 15 meter bovendaks uitgeblazen.”