Beter schrijven: hoe doe je dat?

Gepubliceerd door Suzanne Meijles

Beter schrijven een kwestie van talent?

 

 

 

Is het een talent als je goed kunt schrijven of is beter schrijven gewoon hard werken? Of is het een combinatie van beide? Als schrijftrainer zijn het vragen die me al lang bezig houden.

Onlangs ben ik begonnen met The Talent Code van Daniel Coyle. De ondertitel doet al veel vermoeden over zijn standpunt: “Greatness isn’t born. It’s grown. Here’s how.”

 

Verder kwam ik op internet een artikel tegen over 15 dingen die succesvolle mensen doen. Op nummer 1 stond “Falen”. Op nummer 9 stond “Doorgaan”. Volgens het artikel komt succes je niet aanwaaien, je moet er gewoon hard voor werken. En doorgaan, ook als het tegenzit.

Beide standpunten gaan in tegen de boodschap van veel cursussen tegenwoordig: alles is gemakkelijk te bereiken, is ‘easy’ en moeiteloos. Succes lijkt je te kunnen komen aanwaaien. Als je maar op het juiste knopje drukt, zo lijkt het.

 

Wie heeft er nu gelijk als het gaat om beter schrijven?

Stel je voor dat je best aardig kan schrijven. De inhoud klopt, maar toch je bent niet helemaal tevreden. Je wilt beter schrijven: aantrekkelijker, grappiger, minder saai. Kan ‘beter schrijven’ komen aanwaaien? Dat klinkt als een open deur, hè? Natuurlijk komt dat je niet aanwaaien.

Maar is het nodig om er hard voor te werken? Nou, dat denk ik ook weer niet. Beter schrijven is eerder een kwestie van het vinden van het ‘juiste knopje’ in je tekst en daarop focussen.

 

Mooie woorden, maar hoe ziet dat er in de praktijk uit? Dat laat Coyle in zijn boek zien. Hij beschrijft allerlei plekken ter wereld met ‘talent-hotspots’, scholen met talenten: voetballers in Brazilië bijvoorbeeld, en danseressen in Rusland.

Vooraf dacht hij daar vooral briljantheid te zien. In werkelijkheid zag hij inderdaad die briljante, snelle leerlingen supersnel de mooiste bewegingen maken die je je maar kan voorstellen.

Maar de rest van de tijd zag hij geploeter en vertraging. Bij het leren van bijvoorbeeld een nieuwe beweging, vertraagden de talenten steeds meer. Zodat ze de beweging uiteindelijk bijna in slow motion uitvoerden. Zo kwamen ze erachter waar de beweging op stuk liep.

 

Coyle noemt dat punt “the sweet spot”. Ik moest daarbij meteen denken aan lolly’s, maar hij beschrijft the sweet spot als de plek net voorbij je huidige vaardigheid. Daarbij introduceert hij Robert Bjork als expert. Bjork is hoogleraar psychologie  en deed veel onderzoek naar ‘deep practice’: het oefenen van een vaardigheid op het randje van je kunnen. Of eigenlijk, net over het randje heen. Want daar maak je fouten. En van die fouten leer je sneller en beter.

 

Terug naar beter schrijven. Schrijven is een vaardigheid. In de idee van Coyle en Bjork is oefenen net over het randje van je kunnen dan dé manier om te verbeteren. Focussen op je sweet spot dus.

 

Dat oefenen op het randje van je kunnen, kost wel doorzettingsvermogen. Want je sweet spot doet ook pijn: het maakt precies duidelijk wat je nog niet kunt. Misschien hebben talentvolle mensen wel het vermogen om juist door te zetten als het even pijn doet. Ze zijn niet bang voor bloed, zweet en tranen.

 

Bij schrijven, zeker van informatieve teksten, is er volgens mij maar weinig sprake van talent of niet. Het gaat vooral om oefening. Daarbij kan bewustzijn van je ‘sweet spot’ helpen.

 

Hoe ontdek je nou jouw ‘sweet spot’ als het om beter schrijven gaat? Doe als een (voetbal)talent. Vertraag. Zo maak je bewust waar je nog niet bekwaam bent.

 

Bij schrijven betekent dat dat je afstand neemt van je tekst. Dat je even niet meer kijkt naar de inhoud (want die klopt meestal wel als je professional bent).

 

Als je beter schrijven wilt, kijk je van een afstand naar je tekst. Waar wringt het? Is het de opbouw van je tekst? Of lopen de alinea’s niet goed in elkaar over? Of lopen de zinnen niet zoals je wilt? Misschien ben je vooral niet tevreden over de woordkeus.

 

Belangrijk is dat je zoekt naar patronen. Kijk dus of je iets opvalt in je tekst en of dat vaker gebeurt in je tekst. Zodra je een patroon te pakken hebt, is dat je sweet spot.

 

Pak daarna een tekst van iemand die in jouw ogen goed schrijft. Zoek daarin naar jouw sweet spot. Hoe lost de goede schrijver het op? Hoe creëert hij bijvoorbeeld overgangen tussen alinea’s?

 

Probeer die oplossing ook toe te passen in je eigen tekst. Neem er wel de tijd voor. Want vertragen (en dus beter schrijven) kost vooral tijd. Het hoeft niet per definitie moeite te kosten. (En zo heeft iedereen misschien wel een beetje gelijk…)

 

© Suzanne Meijles

6 reacties op Beter schrijven: hoe doe je dat?

  1. Fijn artikel weer, Suzanne! Ik ga de sweet spot in mijn eigen stukken eens onderzoeken.

    Dank voor de tip!

  2. Aletta van 't Hoog schreef:

    Goed stuk Suzanne! Schrijf al een tijdje columns- http://www.sollicitatiedokter.nl/we-moeten-veel-tuinieren/-en hier heb ik echt iets aan. Je hebt er precies uitgehaald waar het om gaat.

  3. Pauline Beran schreef:

    Beste Suzanne,

    Heel herkenbaar! Ik heb jaren voor studenten van de Theaterschool in Amsterdam gewerkt. Dans, toneel, kleinkunst, mime, you name it.
    Van 9 tot 5 in de studio, doen doen doen. Zij weten als geen ander: oefening (90%) en talent (10%) baren kunst! Ik heb daar veel van geleerd.

    Vorig jaar ben ik begonnen met saxofoon. Nog nooit gedaan. In de jazz, nog nooit gedaan. Veel vrienden om mij heen zeiden mij: wat leuk, ik had dat ook altijd gewild, saxofoon… maar ik heb geen talent.
    Dan zeg ik: ik ook niet, maar ik oefen dagelijks een half uur.
    Na drie maanden zat ik een een jazzbandje voor beginners. Met optreden en al.

    Ben benieuwd naar je volgende schrijfoptreden!

    Pauline

  4. Suzanne Meijles schreef:

    Wat een mooie aanvulling, Pauline. Dank daarvoor. En wat geweldig dat je nu al de vruchten plukt van je dagelijkse oefening saxofoon!

Plaats jouw reactie.